Apparaatbeheer
Apparaatbeheer wordt gebruikt om externe apparaten die zijn verbonden met uw Mac, te controleren en te beheren. Hiermee kunt u de toegang tot USB-stations, externe opslag en andere randapparatuur beheren om uw gegevens te beveiligen en beveiligingsrisico's te verminderen.
Regels
Met regels kunt u de toegang tot externe apparaten beheren door ze toe te staan of te blokkeren. U kunt ze aanpassen op basis van gebruiker, gebruikersgroep of apparaattype voor nauwkeurig beheer.
Regeleditor
In het venster Editor voor apparaatbeheerregels worden bestaande regels weergegeven. In dit venster kunnen externe apparaten die gebruikers op de computer aansluiten, gedetailleerd worden beheerd. De lijst met regels bevat verschillende beschrijvingen van een regel, waaronder de naam, het type extern apparaat, de actie die moet worden uitgevoerd na het aansluiten van een extern apparaat in uw computer en de vastgelegde ernst. Regels worden in volgorde van prioriteit vermeld, waarbij regels met een hogere prioriteit hoger in de lijst staan. Regels kunnen per gebruiker opnieuw worden gerangschikt.
Firewallregels toevoegen of bewerken
Klik met de rechtermuisknop ergens in het venster van de Regeleditor en selecteer Toevoegen in het contextmenu. Als u een bestaande regel wilt bewerken, selecteert u de regel, klikt u er met de rechtermuisknop op en selecteert u Bewerken in het contextmenu. Voor elke regel zijn de specificaties gedefinieerd, zoals Naam, Acties die moeten worden ondernomen bij het toepassen van de regel, Apparaattype en Gebruikers of Gebruikersgroepen waarop de regel van toepassing is.
Naam
Kies een naam voor de regel om deze te onderscheiden van andere regels.
Acties
De opties van acties die voor specifieke regels zijn gedefinieerd, zijn Onbeperkte toegang tot het apparaat toestaan, Alle toegang tot het apparaat blokkeren of Het schrijven van gegevens naar het apparaat blokkeren. Binnen acties moet u ook de logboekregel definiëren. U kunt kiezen uit: Alle gebeurtenissen registreren, Alleen fouten en waarschuwingen registreren of Geen gebeurtenissen registreren. Als een van de regels de toegang tot het apparaat blokkeert, kunt u ervoor kiezen om toch een melding te ontvangen door de wisselknop naast Melding weergeven als apparaattoegang wordt geblokkeerd door een regel in te schakelen.
Apparaattype
Type
Selecteer bij Type de optie Alle apparaattypen, Schijfopslag of Cd/dvd.
Fabrikant
Als u op het veld Fabrikant klikt, wordt een nieuw venster geopend waarin u kunt opgeven of de regel moet worden toegepast op Eén apparaat of een Groep apparaten. Om het apparaat gemakkelijker te identificeren, gebruikt u de knop Invullen om een lijst weer te geven van alle apparaten die momenteel aan uw Mac zijn gekoppeld.
Gebruikers
Met deze instelling wordt beheerd op welke Gebruikers of Gebruikersgroepen de regel voor apparaatbeheer van toepassing is. U kunt bestaande macOS-gebruikers of -groepen toevoegen of nieuwe maken. Als u de regel uitschakelt voor een niet-bestaande macOS-gebruiker of -gebruikersgroep, worden de gebruiker of gebruikers uit de regel verwijderd wanneer de wijzigingen worden opgeslagen.
Apparaatgroepen
Met apparaatgroepen kunt u meerdere apparaten als één groep beheren. Door apparaten onder een gedeelde naam te groeperen, kunt u dezelfde regel voor apparaatbeheer toepassen op alle apparaten om het toegangsbeheer te vereenvoudigen.